Moortje heb ik gevonden op een bedrijven terrein. Ze was toen waarschijnlijk 8 weken oud. Helemaal vies, onder het ongedierte en met ontstoken oogjes. Een collega van het laboratorium nam haar mee en zou haar verzorgen. Toevallig moest ik later op die dag naar dat laboratorium. Ik kwam daar zelden. Op mijn vraag wat ze met het poesje hadden gedaan lieten ze me een kartonnen doos zien waar ze ingestopt was. Haar oogjes zaten nog steeds dichtgeplakt terwijl ze daar liters gedestilleerd water hadden. Ongelooflijk. Ze hadden alleen maar een beetje water gegeven. Ze wisten nog niet wat ze met haar aan moesten. Geef haar maar aan mij mee, zei ik. In de doos voor op mijn brommer heb ik haar toen mee genomen naar huis. Mijn man wist nog van niets. Ik wilde haar wassen voor hij thuis kwam. Op het moment dat ik haar nat ging maken ging er een wereld vol ongedierte voor mijn ogen open. Afschuwelijk wat zat dat beestje onder de luizen en vlooien. Ik schrok me wezenloos. Ik heb een handdoek om haar heen gewikkeld en ben zo blijven zitten tot mijn man thuis kwam. De lieverd rende onmiddellijk naar de dieren winkel om daar het een en ander te halen om het ongedierte te bestrijden. Ze is haar hele leven niet meer over haar angst voor spuitbussen heen gekomen. Maar het was echt nodig op dat moment. Ze was heel speciaal, en we hebben altijd een onverklaarbare band gehad. Ze adopteerde Beertje direct als haar nieuwe moeder. Zij liet het zelfs toe dat ze aan haar tepels zoog, waar natuurlijk geen druppel melk uitkwam. Het was een heerlijk stel. Ze is uiteindelijk toch onverwachts en te vroeg door een val uit het slaapkamerraam aan haar einde gekomen.